Als Raad van Bestuur van Reinier van Arkel hebben we kennisgenomen van de berichtgeving in het Brabants Dagblad (29 aug jl.), waarin op basis van 10 anonieme bronnen een beeld wordt geschetst van ervaren onveiligheid binnen onze organisatie. Dat beeld herkennen wij niet. Wij hebben geen aanwijzingen voor een organisatiebreed onveilig werkklimaat binnen Reinier van Arkel. Een belangrijke toetssteen daarin is het recente medewerkers-tevredenheidsonderzoek, dat is ingevuld door ruim 1.200 medewerkers. Daarin waarderen medewerkers de psychologische veiligheid gemiddeld met een 8. Ook andere onderdelen, zoals werkgeluk, de relatie met de leidinggevende en Reinier van Arkel als werkgever, worden positief beoordeeld. Deze uitkomsten geven ons geen aanleiding om te spreken van een organisatiebreed onveilig werkklimaat.
Elk signaal nemen we uiterst serieus
Tegelijkertijd; ervaringen doen ertoe, altijd. Dat het werken in de ggz veel van onze medewerkers vraagt, in een tijd waarin de hele sector, ook Reinier van Arkel, kampt met lange wachtlijsten, beseffen we. Ieder signaal over onvrede, ongewenst gedrag of ervaren onveiligheid nemen we uiterst serieus. Want achter elk signaal zit een ervaring van een collega, en die verdient aandacht. Als iemand zich niet veilig, niet gehoord of niet gesteund voelt, raakt ons dat. Dan luisteren we, kijken we zorgvuldig naar wat nodig is en zoeken we samen naar verbetering. Dat medewerkers zich kunnen uitspreken en elkaar kunnen aanspreken, zodat zij hun werk professioneel, veilig en met vertrouwen kunnen doen, is voor ons een belangrijke waarde. Tegelijkertijd is het onze maatschappelijke verantwoordelijkheid te sturen op een optimale benutting van onze zorgcapaciteit zodat cliënten zo kort als mogelijk wachten op passende zorg. Cliënten en naasten moeten erop kunnen vertrouwen dat zij goede, passende, tijdige en zorgvuldig georganiseerde zorg ontvangen. Die elementen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
In openheid medewerking verleent
De afgelopen maanden is Reinier van Arkel meerdere keren door het Brabants Dagblad bevraagd over de signalen die aan het Brabants Dagblad zijn geuit. Wij hebben daarop in openheid medewerking verleend: via telefonisch contact, een achtergrondgesprek en schriftelijke beantwoording van vragen. De in de krant gepubliceerde reactie van Reinier van Arkel is een reactie die begin april van dit jaar is gegeven, nadat de journalist op uitnodiging van Reinier van Arkel met ons sprak in het kader van het onderzoek en betreft dus geen reactie op het gehele artikel zoals vandaag gepubliceerd. Ook de Raad van Toezicht en de Ondernemingsraad hebben in het voorjaar vragen ontvangen en beantwoord.
De reactie van de Raad van Bestuur uit april, een reactie van de Ondernemingsraad en Raad van Toezicht lees je hier:
Reactie Raad Van Bestuur 20260401
Reactie Ondernemingsraad Brabants Dagblad 29082026
Reactie Raad Van Toezicht Reinier Van Arkel Groep
Signalen nader onderzocht
De signalen waarover het Brabants Dagblad schrijft, zijn voor ons anoniem gebleven. Daardoor kunnen wij niet beoordelen om welke situaties, teams of personen het precies gaat en kunnen wij niet rechtstreeks met deze (oud-)medewerkers in gesprek. Wij betreuren dat zij onvrede of onveiligheid hebben ervaren en dat dit mogelijk gevolgen heeft gehad voor cliënten die zorg ontvangen binnen de genoemde teams.
Juist daarom hebben wij het beeld dat door het Brabants Dagblad werd geschetst uiterst serieus genomen en de afgelopen periode intern getoetst of sprake is van bredere onvrede of een organisatiebreed patroon. Dat beeld hebben wij echter niet kunnen vaststellen.
Tegelijkertijd beseffen we dat cijfers, meldingen en onderzoeken nooit het hele verhaal vertellen. Daarom blijven we elk signaal serieus nemen en waar nodig verbeteringen aanbrengen.
In de berichtgeving van het Brabants Dagblad wordt ook verwezen naar Groen en naar een brandbrief die met gemeenten is gedeeld. Deze brief is (qua inhoud en afzender) niet met ons gedeeld. Reinier van Arkel heeft naar aanleiding van deze brief, in nauwe afstemming met de gemeentes, onafhankelijk onderzoek laten uitvoeren door het gerenommeerde bureau Verinorm. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat door onduidelijkheid over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden de onderlinge vertrouwensrelatie tussen de bestuurders van Reinier van Arkel, medewerkers binnen Groen en de betrokken wethouders onder druk stond. Ook herkennen we dat de ontwikkeling en verzelfstandiging van starts-ups veel kunnen vragen van medewerkers, cliënten en netwerkpartners. De resultaten van dit onderzoek zijn in transparantie door de onderzoeker gedeeld met de betrokkenen.
Vervolgstappen
Wij realiseren ons dat de berichtgeving van het Brabants Dagblad vragen en emoties oproept bij medewerkers, cliënten, naasten en samenwerkingspartners. Voor ons staat voorop dat bijna 13.000 cliënten die zorg ontvangen van Reinier van Arkel en de 1.800 medewerkers moeten kunnen blijven vertrouwen op goede, veilige en betrokken zorg. We voelen ons verantwoordelijk om in gezamenlijkheid te blijven bouwen aan vertrouwen, veiligheid, werkgeluk en goede zorg.
Naar aanleiding van het artikel in het Brabants Dagblad zetten wij aanvullende stappen. We verbreden het gesprek over cultuur, veiligheid en vertrouwen, startend met een persoonlijke brief aan alle medewerkers.
Brief Collega Artikel 29082026
Ook blijven we de beschikbare routes om zorgen, onvrede of signalen van onveiligheid te melden, actief onder de aandacht brengen: via de eigen leidinggevende, de Raad van Bestuur, de Ondernemingsraad, de externe vertrouwenspersoon, de klachtenregeling of de klokkenluidersregeling.
We blijven investeren in werkgeluk, leiderschap en een professionele cultuur waarin aanspreken, luisteren en leren vanzelfsprekend zijn. Daarbij bouwen we voort op de inzet van onze ruim 1.800 collega’s die zich dagelijks met vakmanschap, betrokkenheid en compassie inzetten voor cliënten en naasten. Dat doen we vanuit een stevige basis én met oog voor signalen die aandacht vragen.
Tom van Mierlo en Bram Berkvens
Raad van Bestuur
Reinier van Arkel groep