Paul Pijnenborg

De grote drijfveer van systeemtherapeut Paul Pijnenborg is verder kijken dan de medische diagnose. In zijn behandeling richt hij zich op het herstellen van schade in het gezin als gevolg van PTSS, het doorbreken van patronen en het verkleinen van emotionele afstand.

‘Sleutel van effectieve behandeling ligt bij cliënt en familie’ 

“De vraag die ik me voortdurend stel in mijn werk bij het Psychotraumacentrum is, wie is deze cliënt in zijn context? Als systeemtherapeut kijk ik verder dan enkel de medische diagnose. Ieder mens functioneert immers in een groter geheel. Want al gebeurt er veel goeds in de therapiekamer, het leven speelt zich thuis af. Daarom span ik me in om ‘de omgeving’ van de cliënt te betrekken bij de behandeling. Ik kijk naar alle levensgebieden: hoe ziet je gezin eruit, wie is je partner, wat doe je voor werk, waar woon je, hoe was je gezin van herkomst en wat heb je meegekregen in je opvoeding? De sleutel van een effectieve behandeling ligt bij de cliënt en zijn familie. Hun eigen verhaal maakt het beeld– naast de diagnose - compleet. Als wij als behandelteam beschikken over deze belangrijke informatie kunnen wij breder kijken naar wat werkt.

 

Kwaliteit gezinsleven

Mijn cliënten zijn voornamelijk veteranen en politieagenten. Daarnaast zie ik ambulancepersoneel, asielzoekers, vluchtelingen en mensen met een vroegkinderlijk trauma. In mijn behandeling richt ik me op het herstellen van schade in het gezin als gevolg van PTSS, het doorbreken van patronen en het verkleinen van emotionele afstand. Ik kijk of mensen het oude script van ziekte achter zich kunnen laten, op weg naar herstel. Aan het begin van de behandeling taxeer ik wat nodig is om op langere termijn niet helpende patronen om te buigen naar iets constructiefs. Ook kijk ik wie betrokken moet worden. Specifiek kijk ik – in afstemming met de cliënt - naar de opvoeding van de kinderen in het gezin. Soms zijn een of twee gesprekken daarover voldoende, bij een aantal cliënten is meer nodig. We werken hierin vaak samen met maatschappelijk werkers, die thuis komen bij deze gezinnen. Zij zien dus wat de gesprekken met hen doen buiten de therapiekamer. Met een paar collega’s verzorg ik de ADAPT-trainingen (After Deployment Adaptive Parenting Tools) voor veteranen en partners. Het doel van deze training is om weer als een ouderteam samen te werken in de opvoeding. Deze training is met MFT (Multi Family Therapy) onderwerp van het wetenschappelijk onderzoek FIF (Families In Frontline), waarbij we kijken of door de behandeling ook de kwaliteit van het gezinsleven van veteranen verbetert.

Mijn eigen verhaal

Het systemische gedachtegoed interesseert en inspireert me. Het past bij mij als therapeut, als collega en als mens. Op gepaste wijze gebruik ik weleens self-disclosure in de behandelkamer, dan vertel ik mijn eigen verhaal. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zeven jaar oud was en mijn vader is op jonge leeftijd overleden. Ik miste het plaatje van het complete gezin. Mijn identiteit is ook deels gevormd door de Nederlands-Indische komaf van mijn moeder. Zo ben ik net als mijn gezin dol op Indonesisch eten en staan onze weekenden vaak in het teken van samenzijn en heerlijk eten. Maar ik heb in mijn jeugd niet meegekregen hoe je over gevoelens kunt praten, ik heb als volwassene echt moeten leren communiceren op betrekkings- en gevoelsniveau. Al voel ik door mijn moeders ‘Indisch zwijgen’ wel aan wanneer het een goed moment is om te spreken of te zwijgen. In de loop der jaren ben ik een ander soort gesprekken gaan voeren met mijn moeder. Ik realiseer me goed dat ze mij een warme jeugd heeft gegeven en ik begrijp haar achtergrond en situatie nu beter. Dat geef ik mijn cliënten in onze behandelgesprekken mee, kijk - ondanks je verlangen - naar wat er nu is.

 

Gehoord en gezien

In mijn werk bij het PTC kan ik echt iets voor andere mensen betekenen. Ik hoop van meerwaarde te zijn in het herstel van relaties, sociale contacten, zelfvertrouwen en levensvreugde. Tijdens de behandeling stel ik mensen op hun gemak en ik wil dat cliënten zich gehoord en gezien voelen. Ik kan goed associëren, dus als ik iets hoor of lees bedenk ik hoe ik het kan toepassen in mijn werk. Dat kan op allerlei niveaus zijn. Het geeft me energie, net zoals een ronde mountainbiken dat doet. Die passie voor mijn werk heb ik altijd gehad, tijdens het begin van mijn loopbaan in de acute psychiatrie en nu in de systeemtherapie. Dat gevoel heb ik nooit verloren en dat maakt dat ik mijn werk met veel plezier doe. Ik heb steeds kansen gehad  me te ontwikkelen en dat blijf ik nog elke dag doen. Zo vraag ik altijd hoe mensen het vinden om van mij therapie te krijgen. Ik probeer open te staan voor feedback van mijn cliënten, want van hen leer ik immers het beste hoe ik nog betere hulp kan bieden.”