Maarten Muskens

GZ-psycholoog Maarten Muskens gaat elke dag met plezier naar zijn werk. “Ik realiseer me dat wat we doen werkt. Soms zie ik het in een sessie gebeuren: iemand kan vanuit een ander perspectief kijken en de spanning vloeit weg. Dat is voor mij prachtig om te zien, ontroerend zelfs.”

‘Wat mijn cliënten meemaken is ongekend, echt ongekend’

“Traumabehandeling is een intensief en specialistisch vak. Ik behandel mensen die getraumatiseerd zijn als gevolg van één of meerdere ingrijpende gebeurtenissen. Iedere keer weer ben ik onder de indruk hoe die klachten het dagelijkse leven sterk en in negatieve zin beïnvloeden. Wat me in de traumabehandeling zo aanspreekt is dat je op korte termijn effect kunt behalen; binnen een aantal weken of maanden kunnen klachten verminderen. Dat ik hier echt iets in kan betekenen vind ik mooi en waardevol. Mijn werk doe ik met veel bezieling, ik geniet oprecht mee als de klachten van mijn cliënten minder worden. Wanneer dat niet zo is, grijpt me dat aan en is het voor mij júist een reden om door te zetten.

Elke dag ga ik met plezier naar mijn werk en die positiviteit straal ik uit naar mijn cliënten en collega’s. Zij vinden het prettig dat ik gestructureerd werk en een rustig en evenwichtig persoon ben; ik word wel eens aangeduid als een steunpilaar. In het beleidsteam denk ik mee over ontwikkelingen binnen het Psychotraumacentrum (PTC), op die manier ben ik goed op de hoogte van wat er speelt. Ik voel me ècht onderdeel van het PTC-team.

 

 

Academisch karakter

Binnen onze TOP GGz-status past het wetenschappelijk onderzoek. Als onderzoeker ben ik, met collega’s, bezig met de ontwikkeling van een unieke en innovatieve behandelmodule. Deze is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen met trauma gerelateerde klachten. Het academisch karakter binnen het PTC, de kruisbestuiving tussen onderzoek en de klinische praktijk, maakt mijn werk ontzettend leuk. Binnen het PTC werkt een aantal mensen aan onderzoek of aan onderzoeksvoorstellen, anderen zijn betrokken door bijvoorbeeld vragenlijsten in te vullen. We hebben maandelijks deskundigheidsbevordering, over nieuwe thema’s of ontwikkelingen op het gebied van traumabehandeling. Dit alles zorgt voor een boeiend wetenschappelijk klimaat. Ikzelf draag graag kennis over naar collega’s, ook in mijn rol als werkbegeleider van startende of lerende collega’s.

Als PTC spelen we in op de actualiteit. Zo zorgden we ten tijde van de eerste coronagolf in voorjaar 2020 voor opvang en nazorg voor medisch personeel, openden we een traumalijn voor burgers die vragen hadden en ontwikkelden we een behandelmodule voor zorgprofessionals die tijdens het werk tijdens de COVID-19 epidemie trauma gerelateerde of daaraan gerelateerde klachten kregen.

 

Speciale aandacht voor geüniformeerden

Als GZ-psycholoog zie ik een breed scala aan cliënten met trauma. Met de behandeling wil ik bereiken dat zij op de langere termijn voldoende kwaliteit van leven ervaren en een betekenisvol leven kunnen leiden, ook als bepaalde klachten nog aanwezig zijn. Ik werk met verschillende behandeltechnieken, zoals EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), IE (Imaginaire Exposure), BEPP (Beknopte Eclectische Psychotherapie voor PTSS) en MBT (Mentalization Based Treatment) .

De doelgroep geüniformeerden heeft mijn speciale aandacht. Ik ben inhoudelijk betrokken bij de diagnostiek en behandeling van deze groep cliënten. Tijdens het uitoefenen van hun beroep hebben zij een ingrijpende gebeurtenis meegemaakt. Het zijn grotendeels politieagenten, maar ook brandweermensen, ambulance- en ander medisch personeel. Het is een groep die mij goed ligt, ik heb ontzag voor deze mensen die zich inzetten voor de maatschappij.

Wat mijn cliënten meemaken is ongekend. Echt ongekend. Zij hebben te maken met schietpartijen, suïcides en geweld. Even aangrijpend zijn de slechtnieuwsgesprekken die zij met nabestaanden moeten voeren. De impact van zo’n gesprek en de reacties van nabestaanden zijn immens. Mijn cliënten ervaren een sterk gevoel van machteloosheid, waardoor ze morele problemen kunnen ondervinden, wat we wel ‘moral injury’ noemen. Vaak loopt men te lang door met klachten, tot het niet langer meer kan.

 

Erover praten maakt herstel mogelijk

Bij de diagnostiek en behandeling stel ik me steeds de vraag: ‘Waarom ontwikkelt deze cliënt deze klachten en wat kan ik voor hem betekenen in zijn herstel?’ In het diagnostisch onderzoek bij de doelgroep geüniformeerden vertrouwen mensen mij voor de eerste keer hun verhaal toe. We praten niet alleen over de gebeurtenis, maar ook over iemands levensverhaal. We weten immers dat een goed netwerk en sociale steun belangrijke factoren zijn voor weerbaarheid; en dat een life-event zoals een verlies, verhuizing of een verbroken relatie een stressor kan zijn. Soms stapelt zich een reeks aan incidenten op, en soms komt een gebeurtenis te dicht bij iemands persoonlijke situatie.

Ook in de behandeling kijk ik niet zozeer naar de traumatiserende gebeurtenis, maar naar de impact ervan op het leven van de cliënt. Tijdens het traject zie ik dat cliënten veel te verduren krijgen, er is veel spanning in de kamer. Daar gaan we mee werken, we gaan de reden ontkrachten waarom de angst er is. Door erover te praten is herstel mogelijk, ik realiseer me voortdurend dat wat we doen werkt. Soms zie ik het in een sessie gebeuren: iemand kan vanuit een ander perspectief kijken en de spanning vloeit weg. Na jarenlange last is er verbazing bij de cliënt, hoe kan dit? Dat is voor mij prachtig om te zien, ontroerend zelfs.”