Voor vroegkinderlijk trauma

Als iemand zich onveilig heeft gevoeld tijdens de jeugd, bijvoorbeeld door seksueel misbruik, lichamelijk geweld of ernstige emotionele verwaarlozing, kan dat zijn verdere leven klachten opleveren. Veel mensen hebben naast verschijnselen die bij PTSS kunnen voorkomen last van negatieve zelfbeleving en een negatief zelfbeeld. De draagkracht is bij velen niet groot. Vaak is er sprake van bijkomende problematiek.

Als iemand zich erg onveilig heeft gevoeld tijdens de jeugd kan dat in het verdere leven klachten opleveren. Mensen met een vroegkinderlijk trauma kunnen hun traumatische ervaringen op veel verschillende manieren hebben opgedaan. Er kan in de kindertijd sprake zijn geweest van emotionele, fysieke of seksuele mishandeling of emotionele verwaarlozing.

Het is ook mogelijk dat een kind in oorlogsomstandigheden heeft geleefd, pijnlijke medische handelingen heeft moeten ondergaan, traumatische verliezen in het gezin heeft geleden of als kind getuige is geweest van geweld. Ook de zogenaamde naoorlogse generatie kan als gevolg van de historische oorlogsomstandigheden van ouders ‘secundair’ getraumatiseerd zijn. De manier waarop iemand de gebeurtenissen uit zijn of haar kindertijd heeft ervaren, is belangrijker dan de aard van de gebeurtenissen zelf. 

Binnen het zorgprogramma Vroegkinderlijk Trauma richten we ons op mensen die lijden onder de gevolgen van vroegkinderlijke chronische traumatisering. Deze schadelijke gevolgen zijn psychologisch, biologisch en sociaal van aard.

Hulpvragen van mensen met vroegkinderlijk trauma

  • Ik wil weer kunnen slapen zonder dat mijn nachten beheerst worden door mijn nachtmerries
  • Ik word achtervolgd door beelden en herinneringen uit mijn verleden. Hoe kan ik mijn verleden een plaats geven?

Behandeling

  • Individuele behandeling