Paniekstoornis en agorafobie

Bang zijn is een normale reactie bij dreigend gevaar. Bij echt gevaar heeft angst de functie om ons te waarschuwen. Maar soms ontstaan angsten zonder dat er gevaar is. De verschijnselen waarmee angst gepaard gaat, treden dan ook op.

Paniek

Als de angst heel heftig is spreken we van een paniekaanval. Een paniekaanval is bijzonder vervelend om mee te maken. De meeste mensen gaan de situaties waarin (ze denken dat) ze een paniekaanval kunnen krijgen, vermijden. Dit vermijden wordt agorafobie genoemd. Als paniekaanvallen regelmatig terugkomen spreken we van een paniekstoornis.

Klachten en verschijnselen

Bij het optreden van een paniekaanval wordt iemand angstig. Dit kan plotseling optreden, maar als het vaker gebeurt, voelt men het vaak al aankomen. 

Lichamelijke klachten

Hartkloppingen, benauwdheid op de borst, duizeligheid, wazig zien, droge mond, misselijkheid, transpireren, trillen, aandrang tot plassen of om ontlasting te hebben, slappe of ‘elastieken’ benen. Er kan een gevoel van vervreemding van het eigen lichaam ontstaan. Door deze verschijnselen kan iemand bang worden om gek te worden, dood te gaan of flauw te vallen. Door de heftigheid of de angstaanjagendheid van de verschijnselen wordt vaak met spoed een arts ingeschakeld omdat gedacht wordt aan een hartaanval. Een paniekaanval bereikt meestal binnen ongeveer 10 minuten zijn hoogtepunt en ebt daarna langzaam weg.

Gevolgen

Door het vermijden van allerlei situaties heeft de paniekstoornis vaak grote gevolgen, voor de persoon zelf en voor diens directe omgeving.

Hoe vaak komt het voor?

Een paniekstoornis komt bij 4 procent van de bevolking voor, driemaal zo vaak bij vrouwen als bij mannen. Een paniekstoornis heeft vaak een wisselend verloop. Bij perioden zijn er paniekaanvallen, soms blijven ze lange tijd weer weg.

Oorzaken

Een paniekstoornis ontstaat door een combinatie van factoren.

Erfelijke factoren
Kinderen van een ouder met een paniekstoornis hebben een grotere kans een paniekstoornis te krijgen. De aanleg voor de paniekstoornis wordt overgeërfd.

Omgevingsfactoren
Bij sommige mensen treedt de eerste paniekaanval op na een een ingrijpende gebeurtenis, bijvoorbeeld het overlijden van een dierbare. In combinatie met erfelijke gevoeligheid kan dit leiden tot een paniekstoornis.

Hormonen
Bij vrouwen komt de paniekstoornis driemaal zo vaak voor als bij mannen. Vrouwelijke hormonen hebben invloed op de paniekstoornis. Een behandeling met vrouwelijke hormonen helpt niet.

Het gebruik van koffie en andere caffeïnehoudende dranken kunnen de paniekstoornis versterken. Verschillende soorten drugs en alcohol kunnen ook dit effect hebben.

Behandeling

Een paniekstoornis is goed te behandelen. Er zijn twee methoden: cognitieve gedragstherapie en medicijnen (NvVP). 

Cognitieve gedragstherapie grijpt in op de verschillende aspecten van de paniekstoornis. En bestaat uit:

  • psycho-educatie (informatie/voorlichting),
  • interoceptieve exposure technieken (zie hieronder) en
  • cognitieve technieken (aandacht voor uw gedachten, zie hieronder).

Het is de bedoeling dat u met uw therapeut de vicieuze cirkel van angst gaat doorbreken. Hiertoe gaat u samen aan de slag door op alle componenten van een paniekaanval in te grijpen. U leert beter omgaan met uw angst. Paniekaanvallen voorkomen kan niet, maar op het moment dat u minder bang voor deze aanvallen bent geworden, kan het zo zijn dat ze minder vaak voorkomen.

Er wordt begonnen met de component ‘lichamelijke gevoelens’. U gaat wennen aan lichamelijke gevoelens. Als u deze regelmatig oproept, zult u namelijk merken dat deze gevoelens op zichzelf geen kwaad kunnen, ze zijn misschien alleen vervelend. U zult merken dat datgene waarvoor u bang bent, niet gebeurt. Er zijn oefeningen ontwikkeld (interoceptieve exposure) om te wennen aan die lichamelijke gevoelens.
Na een paar sessies gaat u verder met de component ‘gedachten’: met uw therapeut gaat u goed bekijken wat u denkt tijdens zo’n paniekaanval en waarvoor u precies bang bent. Zijn uw gedachten reëel en kunt u de situatie waarin u zit ook anders interpreteren?