Behandeling gegeneraliseerde angststoornis

De gegeneraliseerde angststoornis of piekerstoornis is goed te behandelen. Behandeling bestaat uit cognitieve gedragstherapie, medicijnen of een combinatie van deze twee.

Het zorgtraject

Allereerst stelt een psychiater of psycholoog vast of het om een diagnose angststoornis gaat. Dit gebeurt naar aanleiding van gesprekken en aanvullend onderzoek.
Samen met u en eventueel uw partner of de verwijzer bespreken we uw hulpvraag en formuleren we concrete doelstellingen. U krijgt voorlichting over de diagnostiek en de beschikbare behandelmogelijkheden. Vanzelfsprekend wordt de zorg op maat aangeboden. De behandeling is afhankelijk van uw hulpvraag en uw specifieke situatie

Modulen

Cognitieve gedragstherapie

In cognitieve gedragstherapie wordt het gedrag en de gedachten die de problemen in stand houden, besproken en behandeld. Het is een combinatie van twee vormen van psychotherapie: cognitieve therapie en gedragstherapie. Cognitieve therapie gaat over de manier van denken en de emoties daarbij. Gedragstherapie richt zich vooral op het veranderen van het gedrag.

Medicijnen

Antidepressiva worden het meest gebruikt om angsten te verminderen. Deze middelen zijn, in tegenstelling tot tranquillizers, niet verslavend. Het duurt wel een aantal weken voordat de angst daadwerkelijk gaat verminderen. Soms nemen de angstklachten in het begin toe en kunnen ook andere bijwerkingen optreden zoals misselijkheid, hoofdpijn enz.
De meeste bijwerkingen verdwijnen in de loop van de tijd maar sommige patiënten kunnen last blijven houden van bepaalde bijwerkingen zoals bijvoorbeeld een verminderd libido of gewichtstoename.

Is het, voor de behandeling van de gegeneraliseerde angststoornis, altijd nodig medicijnen te gebruiken?

Of u wel of geen medicijnen gaat gebruiken hangt af van uw persoonlijke voorkeur en de ernst van de situatie. Medicijnen kunnen een stuk rust geven waardoor het bijvoorbeeld makkelijker is om bepaalde oefeningen op te pakken.
 
Nooit plotseling stoppen met antidepressiva
Deze medicijnen worden altijd geleidelijk afgebouwd, in overleg met uw arts. Bij het plotseling stoppen met deze medicijnen kunnen klachten optreden zoals duizeligheid, trillen en onrust.